Er wordt op allerlei manieren gepubliceerd over de vraag hoe we kunnen voorkomen dat uit ons
midden terroristen opstaan. Vaak bijzonder interessant, maar zelden lees je iets waarvan je vindt
dat het de kern raakt. Daar is voor mij één uitzondering op. Dat is een artikel dat Fathali
Moghaddam schreef in de American Psychologist, nu alweer ruim 10 jaar gelden. Het stuk heette
The staircase to terrorisme. A psychological Exploration.

Fathali Moghaddam is een van oorsprong Iraanse psycholoog, die voor de Sjah vluchtte, in
Engeland promoveerde, nadat de Sjah verdreven was terugging naar Iran en vervolgens weer
vluchtte voor Khomeini. Nu is hij al lange tijd hoogleraar psychologie aan de Georgetown
University in de VS. Een van zijn stellingen is dat de huidige psychologie vooral WEIRD people
bestudeert: Western, Industrialized, Educated and Rich. Daardoor is het voor de westerse
psychologie nauwelijks te vatten dat zelfs kinderen die in westerse landen opgroeien
meedogenloze terroristen kunnen worden. Hun verklaringsprincipes zoals opvoeding,
psychopathologie, traumatische ervaringen en allerlei leertheorieën schieten tekort. Evenals de
daaruit volgende behandelingen zoals heropvoeding, therapie, beter onderwijs en meer
voorlichting.

Moghaddam maakt een studie van allerlei terroristische bewegingen zoals El Kaida maar ook
westerse groepen zoals de Irish Republican Army. Studiemateriaal genoeg. Mensen van mijn
leeftijd kunnen een nog steeds beangstigende lijst van groeperingen opsommen die slachtoffers in
onze directe omgeving gemaakt hebben: PLO, OAS, RAF, Rode Brigade, ETA enzovoorts.
Moghaddam heeft gezocht naar wat er gemeenschappelijk was aan (doorgaans jonge) mannen en
vrouwen die uiteindelijk overgingen tot monsterlijk terrorisme. Hij kwam niet tot een lijst van
persoonlijke eigenschappen, maar tot een gemeenschappelijk proces dat ze doormaakten. Hij
beschrijft een trappenhuis met een begane grond en vijf verdiepingen daarboven. Door een
trappenhuis kun je naar boven klimmen. Op iedere etage blijven steeds meer mensen achter, tot
er op de vijfde verdieping een kleine groep mensen overblijft die actief tot wanstaltige
terroristische daden overgaat.

Op de begane grond van Moghaddam kan bij een deel van de mensen, die zich tot een bepaalde
maatschappelijke groepering rekenen een gevoel van frustratie ontstaan. Armoede en
discriminatie kunnen daarbij een rol spelen, maar zijn lang niet altijd noodzakelijk. Het gaat om
een perceptie van onrechtvaardigheid en oneerlijkheid, die niet objectief meetbaar hoeft te zijn.
Op deze voedingsbodem kan begrip of zelfs verhulde waardering voor terrorisme groeien. De
perceptie dat de eigen groep onrechtvaardig bejegend en behandeld wordt is minstens even
belangrijker als eigen ervaringen met achterstelling.

Op de eerste verdieping komen de mensen terecht die zoeken naar positieve manieren om iets te
doen aan het gevoelde onrecht. Dat kan door dit gevoel een stem te geven, door invloed uit te
oefenen op de spelregels in de samenleving, door besluitvorming te beïnvloeden. Sociale
mobiliteit door opleiding en betere banen helpt daarbij. Als de pogingen om iets te doen aan de

eigen situatie alsmaar vergeefs blijken en opleidingen niet toegankelijk zijn of niet leiden tot
betere banen, ontstaat frustratie die uiteindelijk bij een deel van de groep op die verdieping kan
leiden tot agressie. Er wordt naar een schuldige gezocht die aangevallen moet worden.
Dat proces speelt zich af op de tweede verdieping. Er wordt gezocht naar een concrete vijand die
hun het onrecht aandoet. Moghaddam gebruikt daarbij het psychologische begrip aggression
displacement: niet de baas krijgt een klap na een arbeidsconflict, maar iemand in een café die tegen
je aanbotst. Soms verplaatst de agressie zich over een grote afstand (naar de VS bijvoorbeeld),
maar vaker wordt die dichtbij gevonden: tekenaars van spotprenten, het leger, de overheid, een
andere etnische of religieuze groep. Er is op dat moment nog geen feitelijk terrorisme. Maar de
vijand is bekend en gelokaliseerd. Of die nu op feiten gebaseerd is of niet.

Op de derde verdieping worden contacten met gelijkgestemden (fysiek of via internet) gezocht en
gevonden en wordt een moraliteit opgebouwd die de tegenpartij(en) als amoreel ziet en de eigen
beweging als moreel gerechtvaardigd. De mechanismen die dit mogelijk maken zijn sociale
isolatie, geheimhouding en angst. Vaak leidt men een dubbelleven: oppassende burgers en
tegelijkertijd ondergronds actief. Tegenkrachten versterken de heimelijkheid van dit proces en
bevorderen het zo.

Op de vierde verdieping worden cellen gevormd van een klein aantal gelijkgestemden die steeds
verder gaan in het rechtvaardigen van het gebruik van geweld om een betere wereld te realiseren.
Men wordt lid van een organisatie waarin, mede door charismatische leiders een socialisatie
plaatsvindt waarin het gebruik van geweld niet alleen als legitiem maar zelfs als wenselijk wordt
gezien. Levend de terroristische organisatie verlaten is nu al niet meer mogelijk. Er wordt een
absolute gehoorzaamheid aan de organisatie geëist en zo nodig afgedwongen.

Ten slotte, op verdieping vijf, wordt de stap naar het geweld gezet. Door de aanhoudende
indoctrinatie ziet men ‘de ander’ inmiddels alleen nog maar als vijand en niet meer als medemens.
Onschuldige burgers worden gezien als de vijand. Het verschil tussen ‘ons’ en de ‘anderen’ is
inmiddels zo groot geworden dat de natuurlijke remmingen om te doden overruled worden.

Er zijn ongetwijfeld ook andere routes naar terrorisme, maar deze analyse snijdt in mijn ogen wel
hout. De analyse van Moghaddam geeft niet veel hoop. De overheden die met terroristische
aanslagen te maken krijgen kunnen niet anders dan repressief en met counter-terrorisme
reageren. Tegelijkertijd zal dit het ‘wij tegen hen’ denken versterken. Voor iedere terrorist (in spé)
die uitgeschakeld wordt, staat er dan weer een nieuwe op. Zolang er groeperingen zijn die zich
oneerlijkheid behandeld voelen, zullen er enkele personen zijn die de vijfde verdieping bereiken.

Preventief proberen de eerste drie stappen te voorkomen is volgens Moghaddam het enige dat
zou kunnen werken. Het met geheime diensten en spitstechnologie cellen op sporen is damage
control en komt dus te laat. Concreet is daarnaast zijn advies aan politici om in ieder geval niet
mee te doen aan het ‘wij-zij denken’, waarbij wij (de autochtonen) de goeden en zij (mag u zelf
invullen) de slechten zijn. Niet het prediken van respect voor diversiteit helpt, maar het hebben
van respect voor andersdenkenden wel. Wat dat betreft was het ‘samen thee drinken’ en ‘de boel
bij elkaar houden’ nog niet zo’n slechte strategie.

Moghaddam, F. (2005). The staircase to terrorisme. American Psychologist, 60(2), 161-169.