De Wereld Draait Door zorgt doorgaans voor een klein uurtje aangename tv. Helaas wordt mijn
plezier regelmatig vergald door de korte filmpjes waarin mensen per ongeluk ergens tegenop
knallen, woorden verkeerd uitspreken of onbedoeld iets dubbelzinnigs zeggen. De bedoeling is dat
de kijker daarom lacht. Leedvermaak dus. Vaak gaat het om kinderen die een smak maken of zich
behoorlijk bezeren. Hoe erg komen we nooit te weten, want het filmpje stopt vóór de gevolgen
duidelijk zijn. Een voorbeeld van zo’n ‘home video’ van enkele dagen geleden. Een kind heeft zich
verkleed als een Star Warsmonster: pruik met lange haren die ook over zijn gezicht hangen. Hij of zij
rent naar de camera toe, rent daarna de kamer uit en loopt daarbij in volle vaart tegen een deurstijl
op. Waarschijnlijk omdat de lange haren het zicht belemmeren. Een deel van de studiogasten vindt
dit bijzonder grappig en barst in lachen uit. Opmerkelijk is dat een ander deel van de aanwezigen
helemaal niet reageert.

Deze situatie doet me iedere keer weer sterk denken aan een onderzoek van enkele jaren gelden
naar de functie van humor in de groepsvorming van jongeren. Dit onderzoek van het (in de
psychologie wereldberoemde) ‘Oregon Social Learning Center’ is tamelijk ingenieus en ingewikkeld,
maar de uitkomsten zijn helder. Het gaat om een observatiestudie bij zo’n 200 jongeren, waarvan de
helft al een flink strafblad had en de andere helft niet. De jongeren met een strafblad lachten als ze
met elkaar in gesprek kwamen om andere zaken dan de doorsneejongeren. Als in het gesprek
thema’s zoals pesten, aanranding, discriminerend gedrag, ordeverstoring in school aan de orde
kwamen werd er in de strafbladgroep hartelijk gelachen. Doorsneejongeren deden dat veel minder
en negeerden meestal opmerkingen op die terreinen. Dezelfde tweedeling dus als in het publiek van
DWDD. In de twee jaar die volgden op de observatie bleek er een verband te zijn tussen het lachen
om de verkeerde dingen en een toename van delicten. De onderzoekers noemen dit lachen dan ook
een van de vormen van ‘deviancy training’: groepen jongeren met problematisch gedrag beïnvloeden
elkaar zo dat hun probleemgedrag verergert. Het lachen bekrachtigt de norm dat iemand iets
aandoen wel ok is. En men gaat zich naar die norm gedragen. Nu wordt in DWDD niet zo vaak
gelachen om echte delicten. Maar men vindt het wel vermakelijk als kinderen zich behoorlijk
bezeren. Vind ik ook een vorm van misdadigheid.

Ik durf naar analogie van de deviancy training van de jongeren uit het onderzoek de volgende stelling
wel aan: gezamenlijk lachen om iets wat een ander overkomt (collectief leedvermaak) verhoogt de
kans dat de lachers zelf later anderen iets aan zullen doen. Of er niet zo zwaar aan tillen als anderen
dat doen. Pesten is daarbij nog het meest waarschijnlijke gevolg. Kortom: lachen als leedvermaak
stimuleert aso gedrag.

Fijn dat een behoorlijk deel van het studiopubliek niet lacht om deze onzindelijke pogingen tot
humor. U toch ook niet?

DISHION, T. J., SPRACKLEN, K. M., ANDREWS, D. W., & PATTERSON, G. R. (1996). Deviancy Training in
Male Adolescent Friendships. Behavior Therapy, 27, 373-390.